Nieuws | juni 2022

 

Column kindperspectief: Sokvoets

Onze nieuwe minister maakt zich zorgen: onze kinderen presteren te weinig. Kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten de komende jaren beter les krijgen in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. De minister heeft daarvoor gelukkig een nieuw plan: invliegen van leerteams!

En dan denk ik niet: Wauw, maar ik denk: U mist iets, minister! Het allerbelangrijkste ontbreekt, minister. Namelijk de verbinding, de relatie, het zien van elke leerling. Niet het WAT, minister, is belangrijk, maar het HOE… Hoe sluit je aan bij elke leerling? Hoe versterk je het pedagogisch onderwijsklimaat zó dat je elke leerling bereikt? Door te luisteren naar de leerling en door verbinding te weten te komen wat de leerling nodig heeft. Minister, nodig me uit om samen anders te kijken naar onderwijs. Niet alleen vanuit doelen maar vanuit verbinding. Bel me en ik sta u graag te woord. Maar eerst gaat Marjan nog even voor. Ze heeft namelijk warme voeten.

Een gewone donderdagmorgen, of toch niet? Marjan loopt sokvoets buiten te drentelen. Het is aangenaam warm voor de tijd van het jaar, maar om nu buiten op je sokken te lopen in de pauze, dat is een beetje al te gek. Gelukkig hoef ik niet naar haar toe te gaan om haar meesterachtig streng en rechtvaardig op het sokkenlopen aan te spreken. Ze heeft besloten mij op te zoeken. ‘Meester mijn schoenen’, roept Marjan als ze op haar sokken door het zand sloft en voor me stilstaat. ‘Wat is ermee?’ vraag ik overbodig. Marjan heeft haar schoenen vast, in elke hand één. Ze kijkt naar me op en alsof het de gewoonste zaak van de wereld is zegt ze: ‘Mijn schoenen gingen zomaar uit.’ Dat is knap, denk ik maar ik zeg het niet. ‘Hoe kwam dat dan?’ vraag ik verbaasd. ‘Door mijn voeten,’ zegt ze gewoontjes.

Deze groep-ener verstaat de kunst om het ongewone gewoon te maken. Haar voeten hebben haar schoenen uitgedaan. Dat is haar vaststaande waarheid. Haar rode broek trekt ze even op nadat ze haar schoenen in het zand voor me heeft gezet. Dan gaat ze op de grond zitten en kijkt me verwachtingsvol aan. ‘Waarom hebben ze dat gedaan dan?’ vraag ik en ben benieuwd naar haar antwoord. ‘Mijn voeten hadden het zo warm.’ Tuurlijk, haar voeten waren zo warm en toen hebben haar voeten haar schoenen uitgetrokken.

‘Kun je ze niet meer aankrijgen?’ ‘Nee, ik heb zo’n buikpijn.’ ‘Dat komt zeker omdat je op blote sokken door het zand liep.’ ‘Ja en ook omdat ik van de glijbaan af ben gevallen.’ Het wordt me te veel, de logica van Marjan: de woorden die ze zegt, de redenen die ze bedenkt, de wereld die ze zomaar maakt en ik glimlach nog maar eens. Niet plagerig maar bemoedigend. ‘Zal ik helpen om je schoenen weer aan te krijgen?’ ‘Ja, dan heb ik geen buikpijn meer.’ En ze voegt er nog aan toe: ‘Mijn voeten zijn nu wel koud genoeg door de wind.’

Samen prutsen we haar schoenen aan, maar één schoen gaat wat moeilijk. ‘Hij zit niet goed’, zucht Marjan. Ik kijk nog eens goed en prop haar groene sok (met een olifant erop) in haar schoen. Marjan staat op en huppellopend gaat ze bij me vandaan. ‘Bedankt meester, mijn voeten hebben het niet zo warm meer.’ Gelukkig maar, denk ik en net als Marjan huppel ik een paar passen over het plein.

Auteur: Jelte van der Kooi
Onderwijsblogger en coach

 

 

   

Nieuws

 

SER: Werk meer uren en versterk aantrekkelijkheid beroep

Om de krapte op de onderwijsarbeidsmarkt op te lossen is het belangrijk de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten. Daarnaast zouden mensen in het onderwijs meer uren moeten werken. Dat adviseert de Sociaal Economische Raad (SER) in het onderzoeksrapport ‘arbeidsmarktproblematiek maatschappelijke sectoren’. De raad constateert dat het onderwijs een van de sectoren is met de grootste problemen op de arbeidsmarkt. Zonder maatregelen zal dat zo blijven.

Diverse maatregelen, waaronder meer uren werken, meer salaris, betere begeleiding van startende schoolleiders, meer zij-instromers, kunnen helpen de krapte te verkleinen. In het po wordt veel in deeltijd gewerkt. Meer uren werken kan daarom bijdragen aan een oplossing. “Uiteraard is het verhogen van de deeltijdfactor alleen kansrijk als dat meerwerk ook loont (marginale druk), en wanneer het aantal contracturen klopt met het daadwerkelijk aantal gewerkte uren”, staat in het rapport.  

Bron: AVS

 

Honderden kinderen doen mee aan fietsprogramma

Het programma Fietsen is Fun is door honderden basisschoolkinderen in de regio Utrecht gedaan. Daarmee werden zij gestimuleerd om op de fiets te stappen en vaker op een veilige manier fietsend naar school te komen. Het programma is opgezet door de provincie Utrecht en de ANWB.

De kinderen doen verschillende onderdelen. Kinderen die geen eigen fiets kunnen veroorloven krijgen er een via het ANWB Kinderfietsenplan. Deze fietsen zijn ingezameld en gecontroleerd op veiligheid. Om de fietsvaardigheid te verbeteren worden er Streetwise-lessen aan de kinderen gegeven op het schoolplein. Ter afsluiting hebben de kinderen tijdens de actieweek zoveel mogelijk minuten gefietst en een creatieve opdracht doorlopen. In totaal hebben 650 kinderen op twaalf scholen uit de groepen 6, 7 en 8 verspreid door de provincie meegedaan. Kijk voor meer informatie op: anwb.nl/fietsenisfun.

Bron: ANWB

 

Schoolleider: Verhalen over werkdruk maken vak onaantrekkelijk

Als het aan Gillian Garritzen, directeur van basisschool De Lindegaerd, ligt moeten we oppassen met verhalen over werkdruk. Die maken het vak van leraar onaantrekkelijk, is haar stelling. “We zullen weer moeten aantonen hoe leuk het is om in het onderwijs te werken”, laat ze stellig door het blad Science Guide optekenen.

Tijdens een debat over kansenongelijkheid in het onderwijs, georganiseerd door Studium Generale van de Universiteit Maastricht, gingen drie mensen uit het onderzoek, de onderwijspraktijk en de beleidskant met elkaar in gesprek. “Het is van belang om meer samen te werken met de praktijk om daar meer zicht op te krijgen”, zegt onderzoeker Melanie Monfrance. Vooral in harde data als toetsresultaten en data over de doorstroom van leerlingen is kansenongelijkheid te zien. Echter, er is een stuk minder bekend over de zachte uitkomsten en vaardigheden die invloed hebben op de resultaten van een leerling, zoals sociaalemotionele ontwikkeling.

Onderzoek en onderwijs moeten vaker samenwerken, is de stelling. Monfrance probeert die samenwerking te verbeteren. “We moeten nog wat stappen maken om die processen beter gelijk te laten lopen, zodat ze elkaar nog beter kunnen aanvullen”, zegt ze. “Leraren zijn vaak heel bevlogen en gaan enthousiast van start met nieuwe initiatieven. Er worden dan heel snel stappen gemaakt, maar in de wetenschap gaan we niet zo snel.”

Bron: Science Guide