Nieuws | september 2022

 

Column kindperspectief

Jarno voetbalt op het schoolplein. Hij zit in groep 3 en doet mee met de jongens uit de hoogste groepen. Hij krijgt niet al te veel ballen voor zijn voeten. Als een bal door één van hen verkeerd geschopt wordt en in de buurt van Jarno komt, is hij de koning te rijk en speelt de bal met een schuivertje terug in de richting van het doel. Hij wipt van zijn ene op zijn andere been in afwachting van wat er komen gaat. Ik kijk hoe de leerlingen spelen. Ze springen, huppelen, vallen, voetballen, springen touwtje, vangen achter elkaar aan, verstoppen en komen schaterlachend tevoorschijn. Enkele moeders kijken oplettend en belangstellend toe hoe hun kroost de tijd doorkomt tot kwart over één.

Dan krijg ik een seintje vanuit school: telefoon. In plaats van rustig naar binnen te lopen ontwikkel ik, al zeg ik het zelf, een behoorlijke snelheid. Ondertussen rolt de voetbal langzaam over het plein. Jarno ziet dat niemand achter de bal aanloopt. Twee jongens bakkeleien over een gemiste kans en Jarno ziet de bal gaan. Dit is mijn kans, denkt hij en zet zijn lichaam in beweging. Ik zie de bal rollen, zie Jarno erachteraan gaan en ik weet dat we elkaar niet kunnen ontwijken. 

Mijn onafrembare snelheid, zijn loopbaan, het is onvermijdelijk. 

Als in slow motion pak ik Jarno beet, draai me vlak boven de grond om in de lucht terwijl ik naar Jarno’s hoofd kijk en weet dat dat niet als eerste op de grond mag komen. Hij komt zittend op de tegels van het schoolplein terecht terwijl ik nog even tijdens het vliegmoment om me heen kijk en zie dat (zo lijkt het tenminste) iedereen naar ons kijkt. Schuivend en schurend draai ik over mijn rechterschouder alvorens drie tegels verder tot stilstand te komen. Ik kom overeind, kijk Jarno net zo onthutst aan als hij mij.

‘Dat was een geweldige botsing,’ mompel ik. ‘Alles goed Jarno?’

Jarno knikt. Een paar moeders doen stappen in de richting van Jarno om hém te helpen. Mij laten ze liggen. Jarno echter heeft niets en gaat alsnog achter de bal aan. Ik bekijk mijn beschadigde handpalmen, voel aan mijn schouder en mijn rechterbeen en loop naar binnen. ‘Moeten we de EHBO-trommel nog halen?’, vraagt een moeder net even te laat. Ik wuif het met een geschaafde hand weg.

Die middag geef ik les aan groep 3, 4 en 5 en vol trots laat ik mijn geschuurde handen zien, terwijl ik probeer wat medelijden op te wekken. Daar trappen ze niet in. ‘Moet je maar niet rennen op het schoolplein’, zegt Koos en ik geef hem groot gelijk. Het telefoontje was trouwens een mevrouw die een telefonische enquête wilde afnemen. Beleefd heb ik haar afgewimpeld.

Op de fiets naar huis mijmer nog wat na. De onafrembare snelheid van de meester en de loopbaan van elke leerling gaan niet altijd gelijk op. Laten we elke leerling bereiken door hem of haar te zien. Laten we blijven observeren en kijken welke stress de leerling ervaart in onze lokalen. Vaker eens stilstaan en het pedagogisch klimaat zó versterken dat er minder kinderen in het circuit van afwijzing, achternawijzing en verwijzing terechtkomen.

Auteur: Jelte van der Kooi
Onderwijsblogger en coach

 

 

   

Nieuws

Unieke subsidie voor niet-ingeschreven kinderen

Onderwijs betrekken bij kinderen en jongeren zonder schoolinschrijving? Het kan wél! Voorbeelden van scholen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs laten dit zien. Het ministerie van OCW en VWS willen graag méér van deze initiatieven. Om dit landelijk te stimuleren is er subsidie beschikbaar gesteld binnen project 'WEL in ontwikkeling'. Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs krijgen de mogelijkheid om een NPO-subsidie aan te vragen voor niet-ingeschreven kinderen en jongeren. Deze subsidieregeling is gekoppeld aan het project ‘WEL in ontwikkeling’. Een aantal samenwerkingsverbanden in het land heeft hiermee al kennisgemaakt via regionale werkateliers op verschillende locaties.

Het doel van de regeling en het project is om jeugdigen met absoluut verzuim of een vrijstelling 5a weer aansluiting te laten vinden op een onderwijsprogramma. Het project heeft het karakter van een beweging. Het daagt uit om voor deze jeugdigen creatieve wegen voor aansluiting op een onderwijsprogramma te maken. Vóór 1 oktober moet de aanvraag ingediend zijn; dat kan via www.dus-i.nl/subsidies/wel-in-ontwikkeling.

Bron: Nieuwsbrief Netwerk LPO (8-7-2022)

 

Meldpunt Sociale Onveiligheid

Komend schooljaar wordt een onafhankelijk meldpunt Sociale Onveiligheid ingericht. In een brief van 14 juli jl. heeft minister Wiersma de Kamer geïnformeerd over hoe hij invulling gaat geven aan dit meldpunt en wat de tijdsplanning is. Een belangrijk onderdeel van het meldpunt wordt een wegwijzerwebsite, die leerlingen, ouders en personeel informeert over klachtenprocedures en laat zien bij welk bestaand meldpunt ze terecht kunnen met hun melding of klacht. Ook kan een helpdesk om hulp worden gevraagd. De website en helpdesk komen uiterlijk begin 2023 beschikbaar.

Aansluitend wordt een communicatiecampagne opgezet om bekendheid te geven aan de wegwijzerwebsite en leerlingen, ouders en personeel te informeren over welke rechten zij hebben. Voor de uiterste gevallen waarin leerlingen, ouders of leraren binnen het stelsel vastlopen, wordt een onafhankelijke opschaalmogelijkheid gecreëerd. Hiervoor is een wetswijziging nodig, die de komende tijd wordt voorbereid. Ook komt er een expertisenetwerk dat scholen zal helpen en zich zal richten op de monitoring van klachten.

Bron: Sectorraad GO (21-7-2022)

 

 

Extra aanpak thuiszitters

Minister Wiersma heeft de uitwerking van zijn plan gepresenteerd om het aantal thuiszitters terug te dringen. Het plan bevat drie actielijnen. Zo moet ten eerste het verzuimbeleid op scholen worden versterkt, zodat scholen sneller (kunnen) ingrijpen als het niet goed gaat met een leerling. Wiersma ontwikkelde hiervoor het wetsvoorstel ‘Terugdringen Verzuim’. Ook komen er nog deze zomer onafhankelijke ouder- en jeugdsteunpunten. Deze moeten ouders en leerlingen informeren over de ondersteuning in hun regio en hun rechten en plichten. Met het wetsvoorstel ‘Versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs’ (in consultatie) wil Wiersma regelen dat leerlingen kunnen meepraten over mogelijke ondersteuning.

Een derde actielijn houdt in dat digitaal afstandsonderwijs beter mogelijk wordt gemaakt voor kinderen die geen (volledig) onderwijs op school (kunnen) volgen. Binnen de huidige wet- en regelgeving wordt afstandsonderwijs vaak nog niet gezien als onderwijstijd. De minister wil verder verkennen en vaststellen wanneer digitaal afstandsonderwijs ook daadwerkelijk kwalitatief goed onderwijs is en kan meetellen als onderwijstijd. Voor kinderen die (tijdelijk) niet (volledig) naar school kunnen, kan al afstandsonderwijs worden ingezet via de beleidsregel ‘Afwijking onderwijstijd’.

Bron: Steunpunt Passend Onderwijs (20-7-2022)

 

 

Wet betaald ouderschapsverlof: wat verandert er?

De Wet betaald ouderschapsverlof, met ingangsdatum is 1 augustus 2022, geeft werknemers recht op negen weken betaald ouderschapsverlof in het eerste levensjaar van hun kind tegen 70% loondoorbetaling. Voor een adoptie- of pleegkind geldt dit vanaf de dag dat het kind in huis wordt opgenomen én het kind nog geen acht jaar is.

De nieuwe wettelijke regeling is gunstiger dan de onderwijs-cao’s. Daarin staat namelijk dat ouders recht hebben op 415 uur betaald ouderschapsverlof of bij een volledige normbetrekking op basis van ongeveer 55% van hun salaris. Het wettelijk betaald ouderschapsverlof moet wel worden opgenomen in het eerste levensjaar van het kind, terwijl in de cao’s staat dat het verspreid kan worden opgenomen tot het kind 8 jaar wordt. Voor werknemers blijft de terugbetalingsregeling uit de cao’s po en vo van toepassing. De nieuwe wet kent geen terugbetalingsregeling en het UWV zal daarom niet terugvorderen.

Bron: VBS (7-7-2022)

 

 

Boekrecensie

Rianne Neering & Tjitske Bergsma: Nieuwe onderwijsruimte. Creëer eigenaarschap met onderwijs in units, leerpleinen of domeinen. Uitgeverij Lannoo Campus, Tielt. 2021. 187 p. Prijs: 30,99 euro. ISBN 978 940148 120 5

Dit boek is gericht op de ontwikkeling van eigenaarschap en zelfsturing van leerlingen en leraren. Er wordt specifiek ingegaan op het werken in domeinen (in variatie) en wat dit betekent voor de inrichting van de schoolorganisatie. Uitgangspunt is een pedagogische visie op het terrein van het werken in teams, de begeleiding van leerlingen en het ontwerpen van onderwijs.

Het boek is tot stand gekomen aan de hand van interviews met ervaringsdeskundigen, onderzoeksliteratuur en de deskundigheid van de auteurs zelf.  De vraag wordt beantwoord wat ervoor nodig is om het onderwijsproces te begeleiden, zodat leerlingen en leraren (po en vo) op een prettige manier kunnen (samen)werken in het domein. Het boek bestaat uit vier delen. In deel I ‘Het fundament’ beschrijven de auteurs de pedagogiek als basis en volgt er uitleg over de domeinen. In deel II ‘Eigenaarschap van leraren’ gaan de auteurs uitgebreid in op het belang van samenwerken in teams en tussen teamleden. In deel III ‘De vloer op’ staat het vloermanagement centraal. In deel IV ‘Eigenaarschap van leerlingen’ komt aan bod wat nodig is om eigenaarschap te begeleiden en reiken de auteurs handvatten aan om onderwijs te ontwerpen (via autonomie, motivatie en zelfsturing). Elk hoofdstuk bestaat uit een afwisseling van theorie, praktijkvoorbeelden, ervaringen en een samenvatting. De pedagogische visie is essentieel. Het gaat over de vraag hoe onderwijs kan bijdragen aan betekenisvol en verantwoordelijk in de wereld staan (p. 17) via ‘tactvol’ handelen (naar Luc Stevens). Afgesloten wordt met een bronnenlijst, ‘over de auteurs’,  een dankwoord en wat anderen zeggen over het boek.   
Het was een genot om dit boek te lezen, zowel qua inhoud als toegankelijkheid. Gelukkig mag er weer gewerkt worden vanuit onderwijspedagogiek en dus vanuit de KERN (het waartoe). Erg aanbevolen!