Nieuwsbrief PO Magazine | april 2019

De kracht van een netwerk van netwerken

Het aloude spreekwoord ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ vertelt ons al jaren dat we juist door samen te werken met de mensen om ons heen tot betere resultaten komen dan alles maar alleen te willen doen. Of zoals Johan Cruyff het ooit zei: ‘Alleen kan je niks en met zijn allen kun je alles’. Dat geldt voor individuele mensen, die in teamverband tot grootse prestaties komen, maar dat geldt ook in steeds meer gevallen voor hele organisaties.

In een eerdere column heb ik verteld over de leerkracht die niet alléén verantwoordelijk is voor de leerlingen in zijn klas. Die verantwoordelijkheid dragen de collega’s op school en alle organisaties waarmee de school verbonden is. Het is ook daarom dat in het onderwijs samengewerkt wordt tussen scholen, schoolbesturen, gemeenten, jeugdzorginstellingen, zorgaanbieders, jeugdzorgregio’s, samenwerkingsverbanden, enzovoort, enzovoort. De afgelopen tijd is er weer veel aandacht geweest voor de zogenaamde ‘thuiszitters’: kinderen die niet naar school gaan, terwijl ze dat wel zouden kunnen en/of willen. In veel regio’s zijn in navolging van het Landelijke Thuiszitterspact regionale versies van dat pact afgesproken tussen alle betrokkenen. Doelstelling is vrijwel overal: het aantal thuiszitters moet naar 0!

Om dat te bereiken zullen alle organisaties die bij het kind betrokken zijn moeten samenwerken. Niemand kan het alleen, maar samen kunnen we alles. Het Netwerk LPO (Leidinggevenden Passend Onderwijs) is bij uitstek zo’n organisatie die de verbinding kan leggen tussen de verschillende partijen. Samenwerkingsverbanden zijn op zichzelf al netwerkorganisaties waarin schoolbesturen met elkaar samenwerken, maar die ook samenwerken met de gemeenten en de jeugdzorgregio’s. In de regio is het belangrijk dat een netwerk wordt georganiseerd waarin partijen elkaar snel kunnen vinden om knelpunten aan te pakken. In de kern heeft iedereen dezelfde doelstelling, namelijk het zorgen voor optimale ontwikkelingskansen voor kinderen. Samenwerkingsverbanden kunnen dat op verschillende niveaus doen. Waar in de regio dicht bij de werkvloer in netwerken wordt samengewerkt, zo kunnen op een grotere schaal de netwerken aan elkaar worden verbonden tot steeds grotere netwerken, die altijd verbonden blijven met het werk in de klas, op de werkvloer. Het Netwerk LPO verbindt deze netwerken op landelijk niveau en wordt zo een gesprekspartner voor weer andere netwerken, zoals die van gemeenten, de jeugdzorgregio’s en sectorraden. Allemaal netwerken in hun eigen sector. Zo wordt er samengewerkt aan hetzelfde doel: een ononderbroken ontwikkelingslijn voor kinderen, maar ieder met hun eigen rol. Gemeenten gaan niet over onderwijs en de scholen niet over de jeugdzorg. Maar samenwerkend creëren we de voorwaarden voor die ononderbroken ontwikkeling. 

Samenwerken betekent ook dat ieder netwerk zijn eigen identiteit heeft en behoudt. Teamwork vraagt niet om veel van hetzelfde. Met een voetbalelftal met alleen spitsen is net zo min iets te verwachten als van een team met alleen keepers. Samenwerken in netwerken vraagt van alle partijen om vertrouwen. Vertrouwen in elkaars kracht en vertrouwen in de bereidheid om die kracht in te zetten voor een gezamenlijk doel. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs geven hier iedere dag weer vorm aan: partijen samenbrengen, het creëren van arrangementen en het bouwen van teamwork in de regio. Waarom moeilijk doen als het ook samen kan!


JackBiskop2     Jack Biskop
Voorzitter Netwerk LPO


Nieuwsupdate april 2019

Klachtenregeling onderwijs loopt over het algemeen goed

slobEngelshoven

Foto: AOb

De ministers Slob en Van Engelshoven schrijven aan de Kamer dat de klachtenregeling in het onderwijs over het algemeen goed verloopt. Er zijn nog enkele verbeterpunten aan te wijzen, zo zouden ouders bijvoorbeeld een drempel ervaren bij het indienen van klachten. Scholen en schoolbesturen zouden daaraan moeten werken.

Ouders voelen soms angst dat er gevolgen zijn voor hun kind als zij een klacht indienen op school. Uit de evaluatie blijkt verder dat veel schoolleiders en schoolbestuurders de klachten meenemen in kwaliteitsverbetering en de aanpassingen van het schoolbeleid, maar dat dit nog niet op alle scholen voldoende gebeurt. De ministers gaan in gesprek met de raden om te kijken hoe verbetering kan worden bewerkstelligd.

De Staat van de Schoolleider

staat vd schoolleider 2019

Het vak van de schoolleider is complex, maar ook dynamisch, volgens de recente uitgave van De Staat van de Schoolleider. Deze ‘Staat van’ werd vorige week door de AVS uitgereikt aan de onderwijsministers tijdens het congres De Staat van het Onderwijs, door de Onderwijsinspectie.

De inhoudelijke artikelen snijden actuele thema’s aan in het werkveld van de schoolleider. Aangevuld met cijfers (voor po en vo) over onder andere personeel, leerlingen, Passend onderwijs, werkdruk, arbeidsmarkt en professionalisering, geeft deze uitgave een realistisch beeld van de staat van het vak anno 2019. AVS-voorzitter Petra van Haren: “Deze uitgave laat zien dat we met recht trots mogen zijn op ons vak!” Het rapport is hier te downloaden.

 

Aandeel Cito daalt

Overzicht Eindtoetsen

 

Het is de week van de eindtoets. Die wordt deze week onder ongeveer 178.000 leerlingen afgenomen. Scholen switchen wel steeds vaker van aanbieder als het om de eindtoets gaat. De Centrale Eindtoets (voormalige Cito-toets), wordt nog maar minder dan de helft van de scholen gebruikt.

Naast die toets zijn er nog de IEP, Route 8, AMN Eindtoets en de Dia-eindtoets. Scholen die gemiddeld minder goed scoren op de Centrale Eindtoets stappen vaker over op een alternatieve toets. De keuze om over te stappen kan ook strategisch zijn. "Scholen worden door de inspectie onder meer beoordeeld op de eindtoetsscore. Als een andere toets kan zorgen voor een hogere score, kan dat een prikkel zijn voor scholen om over te stappen." Toch hoeft dat niet een hoofdoorzaak te zijn, zegt Lisette Swart. "Scholen kunnen ook overstappen omdat een toets simpelweg beter bij ze past."

Moeten we terug naar één eindtoets? Onderwijssocioloog Herman van de Werfhorst is duidelijk in zijn mening: we zouden serieus moeten overwegen of we niet naar één eindtoets terug moeten.

 

Edities 2018-2019

Januari | Februari | Maart | April | Mei | Juni | September | Oktober | November | December